Gemeenten

Citaten

Hieronder volgen citaten van gemeenten die geraadpleegd zijn in het kader van dit project. Ze vertellen achtereenvolgens over het jeugdhulpaanbod en over de transitie. Ook leest u tips van pilotgemeenten. Hopelijk inspireren ze u in het goed organiseren van de jeugdhulp aan deze doelgroep.

Aanbod van jeugdhulp in asielopvangcentra 

Gemeenten zien een verschil tussen de reguliere jeugdhulp en de jeugdhulp aan asielzoekerskinderen. Het gaat immers om een specifieke doelgroep: gezinnen en jongeren die in een opvangcentrum of in een pleeggezin van Nidos verblijven, van wie nog niet duidelijk is of ze in Nederland mogen blijven, en waarbij het verblijf op een COA-locatie in principe tijdelijk is (verhuizing in de nabije of verre toekomst).

Men ziet zich vaak voor een dilemma gesteld. Aan de ene kant rijst de vraag in hoeverre het zin heeft om jeugdhulp op te starten bij deze doelgroep, omdat gezinnen toch weer verhuizen. Aan de andere kant duurt (het opstarten van) de asielprocedure vaak maanden. Tijd waarin wel degelijk hulp zou kunnen en moeten worden geboden.

“Er komen nu mensen rechtstreeks die überhaupt nog in de aanmeldprocedure voor asiel zitten. Het kan nog tien maanden duren voordat ze in aanmerking komen voor de behandeling van hun asielaanvraag. Dus ze blijven veel langer in het azc. Dan zou je dus al wel jeugdhulp kunnen inzetten.” (gemeente ambtenaar)

“Binnen het MDO is nu afgesproken om in zulke situaties toch actief in te zetten op behandeling. Want de kans is groot dat zij uiteindelijk langer blijven dan aanvankelijk gedacht.” (medewerker jeugdteam)

“Asielzoekersgezinnen en -kinderen vormen een specifieke doelgroep; niet hetzelfde als gezinnen met een niet-westerse migratieachtergrond. Dat heeft te maken met stabiliteit. Asielzoekersgezinnen en -kinderen kunnen nog geen leven opbouwen; ze zitten in de wacht. Dat heeft ook gevolgen voor keuzes qua behandeling; wat effectief is.” (medewerker jeugdteam)

Gelet op bovenstaande opmerkingen volgt de vraag: in welke vorm kan jeugdhulp in deze situatie het beste worden aangeboden? Ook hier blijkt het lastig om een eenduidig antwoord te formuleren: over het aanbod (en wat werkt) is nog veel onbekend, en ook het signaleren/duiden van problemen vormt bij deze doelgroep een uitdaging.

“Er wordt wel een gezondheidsscreening gedaan bij binnenkomst, maar signalering blijft lastig. In het COA lijken alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv’ers) hun problemen te willen verbergen. Bijvoorbeeld vanwege schaamte of omdat ze bang zijn dat het invloed heeft op de asielprocedure. Vaak zie je pas dat iemand problemen heeft zodra diegene een status heeft gekregen.” (gemeente ambtenaar)

“Wanneer op het COA problemen aan het licht komen, is het voor de organisaties niet duidelijk welke inzet het beste is. Je moet wel íets proberen, maar eigenlijk weet je het niet.” (gemeente ambtenaar)

Over het algemeen willen gemeenten inzetten op een preventief hulpaanbod, dat gericht is op het creëren van een veilige, stabiele omgeving en het voorkómen van escalatie van problemen.

“We zien dat vooral de preventie aandacht behoeft in de asielopvang. Ook zoiets als een peuterspeelzaal heeft een preventief effect.” (beleidsmedewerker sociaal wijkteam)

“Voor de ontwikkeling van kinderen – en zeker jonge kinderen – zou preventieve ondersteuning juist beter zijn, en goedkoper dan specialistische hulp later. Dan hoeft het namelijk niet te escaleren.” (gemeente ambtenaar)

“Eén persoon die lichte vormen van ggz kan aanbieden, is niet altijd voldoende. Er is met name behoefte aan preventieve ggz-programma’s. Alle kinderen hebben wel een vorm van trauma, dus je zou iets in groepsverband kunnen organiseren. Dat zou in veel gevallen al voldoende zijn.” (gemeente ambtenaar)

“Er zijn wel dingen die je kunt inzetten voor deze doelgroep, bijvoorbeeld pedagogische begeleiding, EMDR. Schakelklassen hebben al opvoedhulp en ggz; zij bieden hiermee kortdurende hulpverlening aan. Dit zou je kunnen doortrekken of uitbreiden: individuele hulpverlening voor asielzoekersgezinnen en -kinderen.” (gemeente ambtenaar)

“Dat soort aanbod kan het verschil maken met betrekking tot een houdbare leefsituatie.” (medewerker jeugdteam)

Voorbereidingen gemeenten op de transitie

Gemeenten bereiden zich voor op de inkoop van jeugdhulp voor asielzoekerskinderen en -gezinnen. Hierover worden gesprekken gevoerd tussen gemeenten onderling in dezelfde regio, en met (mogelijke) jeugdhulpaanbieders. Ook is er aandacht voor zorgcontinuïteit voor degenen die momenteel jeugdhulp ontvangen.

“Wij zijn wel blij dat de jeugdhulp naar gemeenten gaat, omdat we verwachten dat dat een verbetering oplevert voor de kinderen.” (gemeente ambtenaar)

“We gaan aan tafel over de gevolgen van de transitie voor de inkoop van jeugdhulp. We weten namelijk niet in hoeverre het aanbod effectief werkt voor deze doelgroep. Daarnaast is maatwerk in de hulp belangrijk voor deze doelgroep (per persoon heel verschillend). Maar hoe je dat moet inpassen in een aanbesteding is nog wel een vraag waarover we met aanbieders overleggen.” (gemeente ambtenaar)

“Qua zorgaanbod kunnen we wel continuïteit bieden, maar we moeten wel contracteren. Hiervoor gaan we een onderhandse aanbesteding doen: buiten de reguliere aankoop. In principe kunnen huidige aanbieders namelijk ook al wel zorgen voor een passend zorgaanbod, maar voor het behandelcomponent hebben we andere aanbieders nodig. We kijken daarbij naar kosten en kwaliteit van aanbieders, waaronder de vraag of de aanbieder hulp kan bieden in een andere taal.” (gemeente ambtenaar)

“We moeten afspraken maken met zorgverzekeraars, ook over zorgcontinuïteit.” (medewerker jeugdteam)

Net als in sommige pilotgemeenten al het geval is, zijn er in enkele gemeenten plannen om iemand van de gemeente – bijvoorbeeld het jeugdteam – te laten aansluiten bij het MDO op de COA locatie.

“Vanaf 2019 sluit iemand van de ‘toegang’ aan bij het tweewekelijkse MDO op het COA. Hierdoor kunnen er sneller beschikkingen worden gemaakt.” (gemeente ambtenaar)

Tips van pilotgemeenten

 De pilotgemeenten die al eerder hebben ingezet op een verbindende infrastructuur tussen gemeente en COA, hebben we bevraagd op tips over hoe andere gemeenten dit het beste zouden kunnen organiseren. Daarbij valt op te merken dat iedere gemeente en context een lokale aanpak vergt.

“MDO op locatie kan helpen als het gaat om ingewikkelde casus. Het is een structuur die er al is, dus beter om die te gebruiken. Terugkoppeling naar andere betrokkenen moet je wel goed regelen”. (medewerker publieke gezondheidszorg asielzoekers)

“Het is belangrijk om aan te sluiten op bestaande (zorg)structuren, relaties op te bouwen met betrokken partijen en heldere afspraken te maken. Let op: dit kost tijd.” (medewerker jeugdteam)

“De opstart van de pilot duurde driekwart jaar, inclusief het regelen van zaken zoals zorgverzekering en afspraken over samenwerking. Je moet je dan voegen in de (zorg)structuur die op dat moment geldt.” (gemeente ambtenaar)

“Dat geldt voor de samenwerking met álle betrokken partijen, dus breder dan het azc. Voor mij is een belangrijk vertrekpunt geweest: investeren in de samenwerking met partners, met name GGD en JGZ.” (medewerker jeugdteam)

Hoewel sommige pilotgemeenten ervoor kozen om één of meerdere personen van het gemeentelijk jeugdteam te laten aansluiten op het MDO op de COA locatie – en andere gemeenten lijken dit te willen overnemen – wordt er ook een alternatieve suggestie gedaan: om, met het geld van gemeenten, de taken van de JGZ-medewerkers uit te breiden. Dit om zoveel mogelijk met één gezicht (voor de zorg) te werken, en omdat de JGZ-medewerkers al op de COA-locaties werken, hebben zij ervaring opgebouwd met het werken met deze specifieke doelgroep.

JGZ wordt steeds als spil genoemd, maar verder vaak vergeten. JGZ is het eerste gezicht voor kinderen en ouders”. (medewerker publieke gezondheidszorg asielzoekers)

 “Het is belangrijk dat de functie [toegang jeugdhulp asielzoekerskinderen] wordt vervuld door iemand met specifieke kennis, die affiniteit heeft met de doelgroep, een vast persoon. Het gaat hierbij om kennis over de achtergronden en culturen van asielzoekersgezinnen. Daarnaast is verdiepende kennis over trauma en traumabehandeling (o.a. welk aanbod erbij past) nodig, want trauma is een groot probleem.” (medewerker jeugdteam)

Zie voor meer suggesties aan gemeenten rond de transitie hier.