Kinderen en ouders

Kinderen en ouders aan het woord over jeugdhulp in reacties en citaten.

‘Jeugdhulp’ is een abstract begrip voor jongeren en ouders. Dat heeft ook te maken met het Nederlandse systeem dat ingewikkeld is. Daarnaast is het niet makkelijk om de juiste hulp te vinden. Adequate jeugdhulp voor asielzoekerskinderen is echter wel hard nodig én het helpt. Kinderen en ouders zeggen er zelf het volgende over:

“Niemand gaat zeggen: ‘Alsjeblieft, heb je hulp nodig?’ Nee je moet zelf zeggen: ‘Ik heb hulp nodig!’. En de vluchteling weet niet dat het zo werkt in Nederland. Jij moet zelf hulp vragen. Er zijn instituten die jou kunnen helpen maar die komen niet naar jouw huis toe, jij moet naar hen.” (Moeder, Syrië)

 “Het gaat niet over cultuur, het gaat over het systeem. Het systeem in Nederland is niet zo eenvoudig. Als mijn kind problemen heeft en ik begrijp de arts wel. Maar hoe moet ik ervoor zorgen dat hij luister?.” (Vader, Syrië)

“Vluchtelingen willen over alles vertellen, binnen tien minuten.  En dan krijgen ze uiteindelijk geen zorg omdat niet duidelijk is waar ze hulp voor nodig hebben.” (Vader, Syrië)

Ik was een heel erg ingehouden persoon, ik kon mijn emoties heel goed faken. Ik kon heel goed doen of het goed ging terwijl dat niet zo was. Ik was heel vaak thuis en heel erg op mezelf.” (Jongen, 22 jaar, Somalië)

Ze (de hulpverleenster) was meer aan het praten dan ik zelf.  Ze gaf veel dingen waarmee ik iets kon maken, maar ik dacht: Ja, dag! Als je in spanning zit en ze willen je laten tekenen of zoiets, dan word je daar erg boos van”. (Meisje, 15 jaar, Rusland)

“We hebben wel vaak hulp gehad dat mensen met ons wilden praten. Aan de ene kant is het wel goed dat ze dat doen. Als kind voel je je er wel fijn bij als je even kan uithuilen.” (Meisje, 13 jaar, Libanon)

“Ik praat niet zoveel, zeg maar, want uiteindelijk doen ze toch niets. Eerst praten en dan horen ze je verhaal en zeggen ze: ‘Oh ja moeilijk, dit, dat’ en klaar.” (Meisje, 15 jaar, Libanon)

“Van mijn stress kon ik niet meer praten. Als ik iets wilde zeggen dan lukte dat niet, mijn keel voelde dichtgeknepen. Ik was heel depressief en wilde niet eten en drinken, het was heel pijnlijk en veel stress. Ze kunnen me niet laten vergeten, maar ik kan nu wel praten. Ik kan aan haar alles vertellen” (Meisje, 15 jaar, Rusland)

 “Ik ben ook wel eens bij een psycholoog geweest, maar daar had ik alleen maar ruzie. Want ze steunen je niet. Ze gaan altijd in op die verhalen die je niet wilt horen of wilt beantwoorden. Problemen van 2015 daar gingen ze alleen over praten, terwijl ze je toch moeten steunen en moeten zeggen wat je beter kan doen.” (Meisje, 15 jaar, Libanon)

“Je hebt iemand nodig die met je praat over waar je aan kan werken, waar je wat aan hebt en die je steunt” (Meisje, 13 jaar, Libanon)

Veel jongeren geloven niet dat praten helpt, want als we klaar zijn met het gesprek dan ga ik toch weer terug naar mijn kamer met dezelfde problemen”. (Jongen, 22 jaar, Somalië)

Ik wil niet met die andere psycholoog praten want de enige die ik vertrouw is die ik nu heb. Ik wil niet nog iemand proberen te vertrouwen en opnieuw alles moeten vertellen”. (Meisje, 15 jaar, Rusland)

“Je praat wel met mensen, maar je merkt dat het toch niet helpt.” (Meisje, 13 jaar, Libanon)

Kinderen en ouders aan het woord over het leven in een azc of gezinslocatie in reacties en citaten. Over de situatie waarin zij verkeren en het effect dat dit heeft op hun gemoedstoestand en gezondheid vindt u hier meer informatie, waaronder enkele citaten. Hieronder leest u wat kinderen en ouders er zelf nog meer over zeggen. Dat kan helpen bij het realiseren van hulp.

“Ik was het enige meisje in het azc, dus het was spannend om naar buiten te gaan, want er waren verder alleen jongens van 14 en ouder”. 

“Dit jaar tel ik niet mee in mijn leven”. (Vader uit Syrië)

Je woont in een ruimte met je ouders en dat is te klein, je wilt je eigen ruimte hebben, waar je rustig kan zijn maar dat heb je niet. Veel jongeren hebben ruzie met hun ouders want ze willen hun eigen ding doen en hun eigen muziek draaien. Als je stress hebt en je wilt niemand zien dan heb je geen eigen ruimte”. (Meisje, 15 jaar, Rusland)

Niemand gaat het begrijpen, ze kunnen niet voelen hoe het is.” (Meisje, 15 jaar, Libanon)

Ik ben wel 15, maar mijn gedachten zijn anders dan van andere kinderen van 15. Ik verander gewoon hier want mijn leven is ook veranderd, dan moet je ook wel”. (Meisje, 15 jaar, Rusland)

Ik denk niet aan Syrië, dan heb ik ook geen verdriet”. (Vader uit Syrië)

“Er is toch geen oorlog in Rusland, waarom kom je dan hierheen?! Dat hoor ik van andere bewoners en van Nederlanders. Dan denk je: Ik ga jou niet vertellen waarom ik hiernaartoe ben gekomen, dat is niet jouw zaak. Je voelt je anders dan anders en het is irritant dat mensen alleen maar kijken naar de politieke dingen, er zijn ook andere redenen om weg te gaan uit je land. Ik ben ook een mens, net als andere mensen, ik kan ook problemen hebben, niet van mijn land, maar voor mijzelf”. (Meisje, 15 jaar, Rusland)

“De meiden praten niet graag over de situatie, dat maakt ze verdrietig”. (Moeder uit Libanon)

 “Hoe leg je aan een meisje van 12 uit waarom alle klasgenoten wel een huis krijgen en ik niet. Niemand kon mij dat uitleggen” (Meisje, 15 jaar, Rusland)

“Mijn moeder zegt altijd: ‘Het komt goed, veel bidden!’” (Meisje, 13 jaar, Libanon)

“Als je teruggaat naar je eigen land dan ben je niks van dat land.”(Meisje, 15 jaar, Rusland)

“De meeste problemen waardoor ik veel stress heb gekregen zijn de problemen die ik hier in Nederland heb meegemaakt. De druk en de verantwoordelijkheid, grotendeels is het wat hier heeft gespeeld. Bij de meesten is het de eerste twee tot vier jaar normaal, want zo lang duurt het voordat er een beslissing is genomen. Dan woon je in een azc en ken je niet anders.  Daarna krijg je negatief en dan begint de stress maar dan zit je al vier jaar in Nederland in een azc”. 

“Ik krijg alles mee als kind. Dat zit dan in je hoofd en dan kan je daar niet van slapen. Je wordt aangekeken door DT&V die zegt: ‘Je moet wel tegen je moeder zeggen dat ze de papieren moet tekenen om terug te gaan naar jullie land’. En dan moet ik dat zeggen in mijn eigen taal en dan weet ik dat mijn moeder stress heeft en dat we terugmoeten naar Somalië. En dan word ik geforceerd om nog naar school te gaan. Die motivatie heb je dan niet. Dan ga je niet slapen en dan komen al die symptomen naar boven dat je je niet lekker voelt.” (Jongen, 22 jaar, Somalië)