Suggesties voor gemeenten

Suggesties voor gemeenten

De aanloop

  • Reken een half jaar voor het opzetten van de jeugdhulp voor asielzoekerskinderen (regelen inkoop, samenstellen team dat op locatie gaat werken, informatie).
  • Verdiep je in de soort opvanglocatie in jouw gemeente.
  • Investeer in het contact met het COA in het opvangcentrum.
  • Ga na of jouw gemeente een contract heeft met de juiste jeugdhulpaanbieders.
  • Investeer in (nieuwe) relaties met jeugdhulpaanbieders die ervaring hebben in werken met deze specifieke doelgroep. Probeer het aantal in te kopen jeugdhulpaanbieders te beperken waar mogelijk. Maak eventueel gebruik van een onderhandse aanbesteding.
  • Ga na of de inkoop van de jeugdhulp straks op dezelfde manier verloopt, waarbij breed naar het gezin wordt gekeken.
  • Stem met andere gemeenten met een opvanglocatie in de (jeugdhulp)regio af over de inkoop van jeugdhulp op regionaal niveau. Onderzoek eventueel mogelijkheden om gezamenlijk (als regio) preventieve hulp te organiseren.
  • Zorg dat je op tijd bent voor besluitvorming in de gemeenteraad over de besteding van de rijksmiddelen. Als je in regioverband werkt, geldt dat voor alle gemeenten in de regio. Besluitvorming moet tijdig plaatsvinden wil je in januari 2019 in staat zijn om de inkoop te organiseren.
  • Zorg dat jouw gemeente (de desbetreffende beleidsmedewerkers)  basiskennis krijgen over asielzoekerskinderen en de situatie in asielopvang. Zorg dat ze het opvangcentrum bezoeken.
  • Stel een team samen (1 tot 4 personen) dat op locatie de organisatie en uitvoering van de jeugdhulp op zich neemt.
  • Stel een coördinator of trekker aan om dit te realiseren. Je doet het er niet even bij.

Aan het werk

  • Zorg voor maatwerk: zorg dat het jeugdhulpbeleid voor asielzoekerskinderen en -gezinnen is afgestemd op de situatie en behoeften van de doelgroep.
  • Beschouw het centrum als een wijk binnen de gemeente waar dezelfde voorzieningen behoren te zijn als in andere wijken met een passende zorgstructuur zoals een sociaal wijkteam, Jeugd- en Gezinsteam, jongerenwerk, (jeugd)maatschappelijk werk etc.
  • Maak van deze kinderen geen sluitpost op het budget voor jeugdhulp, maar oormerk apart voldoende middelen. Kijk goed wat deze kinderen nodig hebben en budgetteer daarnaar. Vergeet de pubers niet!
  • Zorg voor stabiliteit en tijd bij medewerkers binnen de gemeente om expertise op te bouwen en te behouden over de doelgroep. Dat geldt met name bij kleine gemeenten.
  • Geef preventief jeugdbeleid voor deze kinderen vorm voor alle leeftijden en inclusief de ouders. Een gestandaardiseerde preventieve aanpak werkt niet voor deze groep. Investeer in een aanpak waarmee goed gesignaleerd wordt. Dat zorgt voor tijdige doorverwijzing en bespaart kosten omdat erger wordt voorkomen.
  • Besef als gemeente dat het pedagogisch klimaat op de centra oorzaak kan zijn van problemen. Pak dit zonodig samen met het COA aan.
  • Kijk niet alleen naar hetgeen kinderen nodig hebben, maar betrek ook de ouders zodat ze gemotiveerd zijn om mee te werken.
  • Regel genoeg menskracht en tijd om goed te signaleren, hulp te verlenen en door te verwijzen
  • Informeer de beleidsmedewerkers bij gemeenten goed over de mogelijkheden om een beroep te doen op bijzondere financiële middelen die ook voor asielzoekerskinderen gelden, zoals Jeugdsportfonds, kindregelingen, noodpotjes voor praktische zaken (vb schoollaptop).
  • Kijk naar mogelijkheden om collectieve basisvoorzieningen die er voor alle kinderen zijn, in te zetten. Zo geeft een peuterspeelzaal lucht aan gezinnen en kunnen opvoedingsondersteuning, weerbaarheidstrainingen of andere voorzieningen helpen.

Suggesties van ouders en kinderen

  • Ouders zijn in de eerste periode vaak heel beschermend naar hun kinderen, omdat ze bang en gestrest zijn. Houd daar rekening mee.
  • Mensen verwachten dat de hulp naar hen toe komt, ze zijn niet gewend erom te vragen. Dus ga op huisbezoek.
  • Zorg dat hulpverleners kennis hebben van de culturele achtergrond van mensen en gezinsstructuren.
  • Geef voorlichting in eigen taal en met mensen afkomstig uit de eigen regio.
  • Geef informatie via filmpjes in de eigen taal.
  • Lever informatie via social media, omdat daar veel gebruik van wordt gemaakt.
  • Werk met cultural mediators, sleutelpersonen of zelforganisaties.
  • Stel het inschakelen van hulp niet uit omdat iemand binnenkort kan verhuizen of nog geen status heeft.
  • Bepaal heel goed, samen met kind en/of ouder, welke hulp geschikt is voor het kind. Niet ieder kind heeft in eenzelfde situatie dezelfde hulp nodig.
  • Heb oog voor de relatie tussen ouders en kind en voor parentificatie. De relatie staat onder druk en bijna alle kinderen nemen taken van de ouder(s) over.
  • Zorg dat kinderen niet van hulpverlener hoeven te wisselen, ook niet als ze verhuizen. Tenzij de wisseling op eigen verzoek plaatsvindt.
  • Kinderen hebben naast last van stress, ook vaak last van minderwaardigheidsgevoelens (niet welkom, minder dan Nederlandse leeftijdsgenoten).
  • Leg ouders en kinderen uit hoe huisartsen hier werken (en bijvoorbeeld dat ze minder medicijnen voorschrijven dan in andere landen).
  • Zorg dat ouders en kinderen met de huisarts praten, en niet alleen met de assistent.
  • Zet meer tolken in, of personeel dat de talen spreekt.
  • Organiseer voorlichting op een interactieve manier (een statisch verhaal komt niet over).
  • Doe iets aan het onbegrip over hulp: de andere cultuur, het gebrek aan kennis over het Nederlandse systeem en oorzaak en erkenning van problemen.
  • Realiseer je dat vluchtelingen moeilijk advies van Nederlanders accepteren, zeker over opvoeding (gezien als privézaak). Een mogelijke oplossing is om groepen in te delen naar leeftijd, geslacht en achtergrond.
  • Investeer in de ouders. Zij hebben zelf veel problemen waardoor zij hun kinderen niet goed kunnen ondersteunen.
  • Laat gemeenten investeren in deskundigheidsbevordering en schakel zo mogelijk (betaalde) ervaringsdeskundigen in.
  • Opvoeden van kinderen van 12 jaar en ouder is moeilijk omdat dan de cultuurverschillen gaan opspelen.
  • Een goede dialoog is essentieel om te bepalen wat precies de problemen zijn en zo passende hulp te kunnen bieden.
  • Vraag aan kinderen en jongeren hoe het met ze gaat en wat ze nodig hebben.
  • Realiseer je dat het leven in een azc en de bijbehorende onzekerheid bij langdurig verblijf veel bepalender voor emotionele problemen kan zijn dan de situatie in het land van herkomst.
  • Weet dat veel emotionele problemen zich uiten in lichamelijke klachten.
  • Realiseer je dat asielzoekerskinderen emotioneel vaak ouder zijn dan Nederlandse leeftijdsgenoten, door wat ze hebben meegemaakt.
  • Leg niet te veel nadruk op het feit dat kinderen een vluchtachtergrond hebben. Soms hebben hun problemen niets met vlucht, oorlog of azc te maken.
  • Besef dat het krijgen van een status alles bepalend voelt. Kinderen en jongeren kunnen niet goed zeggen wat ze nodig hebben aan hulp want ze willen alleen maar een verblijfsvergunning.
  • Weet dat veel asielzoekerskinderen de schijn ophouden dat het goed gaat en zich groothouden. Er heerst een groot taboe op psychosociale hulp onder jongeren.

Andere pagina’s over
Transitie:
Bekostiging en verwijzing
Suggesties voor gemeenten
Suggesties voor jeugdhulpaanbieders
Checklist