Suggesties voor jeugdhulpaanbieders

Tips voor de transitie, vooraf

  • Begin op tijd, want de voorbereiding (ook qua budgetten), contact leggen met COA-locatie, opbouwen vertrouwen, samenstellen team etc. duurt een half jaar.
  • Investeer in de relatie met het COA.
  • Verdiep je in de soort opvanglocatie in uw gemeente.
  • Investeer in de relatie met het Nidos (alleenstaande minderjarige asielzoekers).
  • Maak gebruik van de kennis op de locatie (zoals met jeugdarts, COA-woonbegeleiders) en de signalerende functie van mensen op de locatie.

Suggesties over jeugdhulp aan asielzoekerskinderen, van jeugdhulpaanbieders

Preventie

  • Investeer in het pedagogisch klimaat in het opvangcentrum – in samenspraak met het COA – want dat werkt preventief.
  • Zet goede vrijwilligers in voor gezinnen met jonge kinderen om ouders te ontlasten, denk aan gezinsmaatjes. Organiseer preventieve activiteiten voor alle leeftijden en de ouders, dat voorkomt langdurige en duurdere hulpverlening. Een gestandaardiseerde preventieve aanpak werkt niet voor deze groep. Investeer in een aanpak waarmee goed gesignaleerd wordt. Dat zorgt voor tijdige doorverwijzing en bespaart kosten omdat erger wordt voorkomen.
  • Preventief werken loont op veel gebieden. Bij zwangerschap en consultatiebureau, peuterspeelzaal, onderwijs, kinderopvang, weerbaarheidstrainingen (zoals rots- & watertrainingen) en compensatie voor de situatie waarin bewoners zitten, zoals door sport en spel (vb Vrolijkheid, Team Up).
  • Het ontbreken van privacy en rust voor de gezinnen in de centra leidt soms tot problemen. Zoek samen met het COA naar de best mogelijke oplossingen.
  • Probeer de ruimte te krijgen van het COA om zelf preventieve activiteiten te ontplooien, zoals ronde tafels met ouders, dagbesteding, maatjesproject, zorggarage.
  • Activeer ouders zodat zij zich capabel voelen hun ouderrol in te vullen.
  • Zorg vaak aanwezig te zijn op de locatie. Ga bij mensen/gezinnen langs en leg uit wat u voor ouders en kinderen kunt doen zodat zij kunnen vertellen wat ze nodig hebben.
  • Regel genoeg menskracht en tijd om goed te signaleren, hulp te verlenen en door te verwijzen.
  • Het gaat niet alleen om wat de kinderen nodig hebben maar je moet snappen waar de ouders mee bezig zijn dan zijn ze meer gemotiveerd zijn om mee te werken.
  • Vraag aan ouders en kinderen hoe het met ze gaat.
  • Organiseer veel groepsgerichte activiteiten als kinderen op een locatie een vergelijkbare ondersteuningsbehoefte hebben.
  • Organiseer jongerenwerk en jeugdmaatschappelijk werk dat actief jongeren benadert.
  • Organiseer sportactiviteiten in en buiten de opvangcentra.
  • Organiseer contact met de scholen die ook veel ondersteuning en jeugdhulp organiseren.
  • Start zo snel mogelijk met hulp ook al blijft een kind niet lang. Zorg bij een verhuizing voor een warme dossieroverdracht en rondt de hulp pas af als dit is geregeld.
  • Zorg voor een goede diagnose. Denk niet te snel aan een trauma, want er kan ook iets anders aan de hand zijn.

Organisatie

  • Laat het JGTeam op de locatie werken. Voordelen: JGTers zien met eigen ogen de situatie waarin de bewoners verkeren.  Bewoners hoeven niet naar een andere plek voor hulp.
  • Zorg voor een jeugdteam met mensen die kennis van en affiniteit met de doelgroep hebben.
  • Zorg voor voldoende manlijke medewerkers in het JGT en het jongerenwerk.
  • Zorg dat de jeugdhulp nauw samenwerkt met de GGD-JGZ. De GGD-JGZ heeft een goed (eerste) zicht op en toegang tot de kinderen en ouders in de centra.
  • Sluit aan op de bestaande structuur van het MDO op de locatie (voor ingewikkelde cases). Vergeet niet terug te koppelen naar andere betrokkenen.
  • Bundel de expertise van jeugdhulpaanbieders voor deze doelgroep (regionaal), zodat daar gebruik van gemaakt kan worden.
  • Werk in teams zodat medewerkers kunnen overleggen, zoals met gedragswetenschappers, over hetgeen ze tegenkomen in het opvangcentrum. Organiseer ondersteuning en intervisie.
  • Trainingen in intercultureel, cultuursensitief werken zijn onontbeerlijk.
  • Zorg voor een onafhankelijk vertrouwenspersoon.

Extra aandacht

  • Let extra op de pubers (met name in gezinslocaties). Veel van hen zijn gefrustreerd geraakt, door hun uitzichtloze situatie, gebrek aan perspectief, angst voor uitzetting, vergelijking met leeftijdsgenoten, discriminatie, … en kunnen die frustratie niet kwijt bij hun ouders. Velen hebben ernstige hechtingsproblemen en sluiten zich af van hulp.
  • Kijk naar alternatieven voor een langdurige traumabehandeling. Nu wordt deze vaak uitgesteld omdat gezinnen/kinderen steeds verhuizen.
  • Houd er rekening mee dat hulpverlening via een (telefonische) tolk meer tijd kost en lastiger is dan rechtstreeks contact zonder tussenkomst van een tolk.
  • Zorg voor een goede overdracht van de hulp bij verhuizingen van kinderen en gezinnen naar een ander centrum of andere gemeente. Dat is namelijk de grootste oorzaak van het gebrek aan continuïteit in de hulpverlening.

Suggesties van kinderen en ouders

  • Ouders zijn in de eerste periode vaak heel beschermend naar hun kinderen, omdat ze bang en gestrest zijn. Houd daar rekening mee.
  • Mensen verwachten dat de hulp naar hen toe komt, ze zijn niet gewend erom te vragen. Dus ga op huisbezoek.
  • Zorg dat hulpverleners kennis hebben van de culturele achtergrond van mensen en gezinsstructuren.
  • Geef voorlichting in eigen taal en met mensen afkomstig uit de eigen regio.
  • Geef informatie via filmpjes in de eigen taal.
  • Lever informatie via social media, omdat daar veel gebruik van wordt gemaakt.
  • Werk met cultural mediators, sleutelpersonen of zelforganisaties.
  • Stel het inschakelen van hulp niet uit omdat iemand binnenkort kan verhuizen of nog geen status heeft.
  • Bepaal heel goed, samen met kind en/of ouder, welke hulp geschikt is voor het kind. Niet ieder kind heeft in eenzelfde situatie dezelfde hulp nodig.
  • Heb oog voor de relatie tussen ouders en kind en voor parentificatie. De relatie staat onder druk en bijna alle kinderen nemen taken van de ouder(s) over.
  • Zorg dat kinderen niet van hulpverlener hoeven te wisselen, ook niet als ze verhuizen. Tenzij de wisseling op eigen verzoek plaatsvindt.
  • Kinderen hebben naast last van stress, ook vaak last van minderwaardigheidsgevoelens (niet welkom, minder dan Nederlandse leeftijdsgenoten).
  • Leg ouders en kinderen uit hoe huisartsen hier werken (en bijvoorbeeld dat ze minder medicijnen voorschrijven dan in andere landen).
  • Zorg dat ouders en kinderen met de huisarts praten, en niet alleen met de assistent.
  • Zet meer tolken in, of personeel dat de talen spreekt.
  • Organiseer voorlichting op een interactieve manier (een statisch verhaal komt niet over).
  • Doe iets aan het onbegrip over hulp: de andere cultuur, het gebrek aan kennis over het Nederlandse systeem en oorzaak en erkenning van problemen.
  • Realiseer je dat vluchtelingen moeilijk advies van Nederlanders accepteren, zeker over opvoeding (gezien als privézaak). Een mogelijke oplossing is om groepen in te delen naar leeftijd, geslacht en achtergrond.
  • Investeer in de ouders. Zij hebben zelf veel problemen waardoor zij hun kinderen niet goed kunnen ondersteunen.
  • Laat gemeenten investeren in deskundigheidsbevordering en schakel zo mogelijk (betaalde) ervaringsdeskundigen in.
  • Opvoeden van kinderen van 12 jaar en ouder is moeilijk omdat dan de cultuurverschillen gaan opspelen.
  • Een goede dialoog is essentieel om te bepalen wat precies de problemen zijn en zo passende hulp te kunnen bieden.
  • Vraag aan kinderen en jongeren hoe het met ze gaat en wat ze nodig hebben.
  • Realiseer je dat het leven in een azc en de bijbehorende onzekerheid bij langdurig verblijf veel bepalender voor emotionele problemen kan zijn dan de situatie in het land van herkomst.
  • Weet dat veel emotionele problemen zich uiten in lichamelijke klachten.
  • Realiseer je dat asielzoekerskinderen emotioneel vaak ouder zijn dan Nederlandse leeftijdsgenoten, door wat ze hebben meegemaakt.
  • Leg niet te veel nadruk op het feit dat kinderen een vluchtachtergrond hebben. Soms hebben hun problemen niets met vlucht, oorlog of azc te maken.
  • Besef dat het krijgen van een status alles bepalend voelt. Kinderen en jongeren kunnen niet goed zeggen wat ze nodig hebben aan hulp want ze willen alleen maar een verblijfsvergunning.
  • Weet dat veel asielzoekerskinderen de schijn ophouden dat het goed gaat en zich groothouden. Er heerst een groot taboe op psychosociale hulp onder jongeren.

Andere pagina’s over
Transitie:
Bekostiging en verwijzing
Suggesties voor gemeenten
Suggesties voor jeugdhulpaanbieders
Checklist